Overal waar ik kom is het gekras van een raaf een teken van troost voor mij. Ik voel me er onmiddelijk thuis, de raaf vertelt me dat.
Ik heb de raaf gekozen als mijn totemdier. Eigenlijk heeft de raaf mij gekozen, de raaf was er eerst, vanwege wat ik al wist. Het weten dat aan het betekenis-geven voorafgaat.
Dat ‘weten’ zit niet in mij, het is verweven met de plaatsen waar ik kom. De raaf is de getuige en het soevereine geheugen van de verwevenheid van creatie, plaats, geheugen en cultuur aldaar.
Ik denk dat de raaf daarom ook in zoveel mythologische overleveringen voorkomt. In de Noorse mythologie spreken de ‘raven van Odin’ mij het meest aan.
Odin is de god van oorlog, wijsheid en dood. Zijn raven voorzien hem van informatie (over zijn vijanden), gebeurtenissen (in de wereld) en inzichten (om zijn kennis te vergroten). Ze vliegen dagelijks door de ‘negen werelden’ en keren terug om op Odins schouders te gaan zitten en hem alles wat ze waarnemen in zijn oren te fluisteren.
Hun namen zijn “Huginn” en “Muninn”, ze vertegenwoordigen ‘gedachten’ en ‘geheugen’ en symboliseren daarmee respectievelijk de actieve, analytische geest en de reflectieve, historische geest. Odin is altijd bezorgd dat de raven, met name Muninn (het geheugen), op een dag misschien niet meer terugkeren. Gedachten kunnen gereconstrueerd worden. Als Huginn niet terugkeert, is dat een pijnlijk maar vervangbaar (cognitief) verlies. Maar als Muninn niet terugkeert valt de basis waarop het denken berust weg.
Waarnemen zonder geheugen is ruis. Ervaring zonder geheugen is helemaal geen ervaring, het is slechts een gewaarwording, zonder houvast, niet in staat tot betekenis-geving.
Ik koos de raaf niet vanwege wat ik had gelezen. Ik koos hem, of hij koos mij, vanwege wat ik al wist. En dat is precies wat ik in een reeks blogs ga proberen te duiden. Het weten dat voorafgaat aan het betekenis geven.
Wasco tekening, Nicolette Swinkels, 2024